Logo demeierijboxtel.nl
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch aan de Spinhuiswal in ’s-Hertogenbosch. (Foto: Felix Janssens, Erfgoed ’s-Hertogenbosch).
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch aan de Spinhuiswal in ’s-Hertogenbosch. (Foto: Felix Janssens, Erfgoed ’s-Hertogenbosch). (Foto: )

Onderzoek naar criminaliteit in WO2

Veel vrouwen en jongeren crimineel

De redactie

De misdaadcijfers in Nederland bereikten tijdens de Tweede Wereldoorlog een hoogtepunt. De eenvoudige tegenstelling tussen ‘goed’ en ‘fout’ verwaterde en de opvattingen over criminaliteit veranderden. Nieuw onderzoek probeert meer inzicht te krijgen in dit opvallende aspect van de oorlog. Het onderzoek is een samenwerkingsverband tussen het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC), het Noord-Hollands Archief (NHA) en Jan Julia Zurné, politiek historicus van de Radboud Universiteit.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog schoten de criminaliteitscijfers omhoog, met name die voor diefstal en andere vermogensdelicten. De oorlogsomstandigheden zoals schaarste, honger en de neiging zich te verzetten tegen de bezettingsmacht, zorgden ervoor dat burgers anders gingen denken over het overtreden van de wet. Gewone mensen, waaronder opvallend veel vrouwen en jongeren, voelden zich steeds vaker door de omstandigheden gedwongen om zich op het criminele pad te begeven.

“Opvattingen over criminaliteit, misdrijven en de rechtsstaat blijken niet statisch te zijn, maar veranderen wezenlijk onder druk van een crisissituatie zoals een bezetting. Ook na de bevrijding duurde het enige jaren voordat de criminaliteitscijfers weer gedaald waren tot op het vooroorlogs niveau”, vertelt Radboud-onderzoeker Jan Julia Zurné. “Dat de criminaliteit tijdens de Tweede Wereldoorlog toenam wisten we al, maar hoe dit verschijnsel in zijn werk ging en wat de wisselwerking was tussen opvattingen daarover bij zowel burgers als de betrokken gerechtelijke instanties is nog niet duidelijk.”

WISSELWERKING

In het onderzoeksproject ‘Criminaliteit in oorlogstijd’ onderzoekt Zurné hoe burgers en juristen zich in gerechtelijke stukken uitlieten over criminaliteit. Ook bestudeert Zurné hoe de rechterlijke macht het vervolgingsbeleid aanpaste op de toename van criminaliteit tijdens en na de bezetting. “Door digitalisering en slimme analyse van talrijke en nog nauwelijks onderzochte rechtbankarchieven uit Den Bosch en Haarlem kunnen we hier nu meer inzicht krijgen. Zurné deed eerder onderzoek naar aanpassingen in het vervolgingsbeleid van het Belgische Openbaar Ministerie tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Archieven van gerechtshoven, arrondissementsrechtbanken en kantongerechten bevatten een schat aan informatie over het dagelijks leven van ‘gewone mensen’ tijdens en direct na de Tweede Wereldoorlog. Toch zijn deze bronnen tot nu toe amper gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek vanwege beperkte openbaarheid, privacywetgeving en grote omvang van het materiaal. Zurné gebruikt in haar onderzoek tekstherkenning (OCR) en op kleinere schaal ook handschriftherkenning (HTR), waardoor de strafvonnissen en -dossiers op geautomatiseerde wijze volledig (full-text) doorzocht kunnen worden. Op die manier kan grootschalige tekstanalyse worden toegepast

Meer berichten